Over de Tarot

De Tarot is een uit oude tijden overgeleverd kaartspel, dat niet alleen een grote spirituele betekenis heeft, maar ook vrijwel steeds toepassing heeft gevonden als orakelspel. De spirituele kant is van grote betekenis geweest voor die kringen die in mysteriescholen, loges en andere geheime genootschappen samenkwamen om oude symbolen en tradities te bestuderen. Zij vonden in deze kaarten de basisstructuur van de mystieke inwijdingsweg. Het relatief 'profaner' gebruik als orakel voor de vragen van alledag ligt aan de andere kant ten grondslag aan de brede belangstelling die de kaarten vroeger hebben gevonden en ook nu nog steeds genieten.

Opbouw van het kaartspel

Sinds ongeveer 1600 is de Tarot in wezen verbreid in de vorm zoals we die tegenwoordig kennen. Hij bestaat uit 78 kaarten, die in twee groepen verdeeld zijn: 22 kaarten van de Grote Arcana (Latijn voor 'geheimenissen' , enkelvoud: arcanum), ook wel troeven genoemd, en 56 kaarten van de Kleine Arcana. De 56 Kleine Arcana zijn weer over vier kleuren verdeeld, zoals dat ook van andere wijdverbreide kaartspellen bekend is. Als kleur of reeks geldt hier het symbool dat alle kaarten van elk van de vier series gemeen hebben. De symbolen van de Tarot komen als volgt overeen met de tegenwoordige speelkaarten: 

Tarot

Staven
Zwaarden
Bekers
Schijven 

Nederlandse speelkaarten

Klaveren
Schoppen
Harten
Ruiten 

Iedere reeks bestaat uit 14 kaarten, die opgebouwd zijn uit: 10 getalkaarten: Aas (één), Twee, Drie tot en met Tien en 4 hofkaarten: Koning, Koningin, Ridder en Schildknaap, die door Crowley herdoopt werden in: Ridder, Koningin, Prins en Prinses. 

De Crowley Tarot

In de jaren '40 ontstond de Tarot die vandaag qua bekendheid op de tweede plaats staat (de Raider-White-Tarot staat op de eerste plaats) en waaraan wij refereren bij het leggen van de kaarten. Zijn geestelijk vader was Aleister Crowley (1875-1947) en de kaarten werden geschilderd door de kunstenares Lady Frieda Harris (1877-1962). Ze verschenen in 1944 onder de naam Het boek Toth, waarmee Crowley teruggreep op de naam die Eteilla reeds een goede 150 jaar eerder voor de Tarotkaarten had gebruikt. De laatste had namelijk 'ontdekt' dat de Tarot toendertijd (1783) 3953 jaar daarvoor en dus 'precies' 171 jaar na de Zondvloed, door zeventien magiërs onder leiding van de legendarische Hermes Trismegistos (die vaak met de Egyptische god van de wijsheid Toth wordt vereenzelvigd) vervaardigd en in gouden platen gegraveerd was. 

Terwijl de oudere Tarotkaarten in meer of minder eenvoudige vorm op beeldende-vertellende wijze hun thema veraanschouwelijkten, gaf Crowley de motieven een veel abstracter karakter. Hij bracht de betekenis van de kaarten tot uitdrukking in een complexe symboliek, die op de wereld van magie, astrologie, alchemie, kabbala, overleveringen van mediterrane culturen en Keltische volken, en in het bijzonder ook de geheimzinnige mythologie van het oude Egypte teruggaat. Hoewel de kaarten daardoor enerzijds een grote facinatie uitoefenen, zijn ze anderzijds voor leken maar moeilijk te vatten. 
Daaraan heeft ook het tegelijkertijd door Crowley gepubliceerde boek, waarin hij zich graag met duistere toespelingen over de symboliek uitlaat, niets kunnen veranderen; vaak worden er meer vragen opgeworpen dan beantwoord. De door Arthur Edward Waite ingevoerde illustraties (in de Raider-White-Tarot) nam Crowley niet over, zoals hij trouwens toch heel het werk van Waite verwierp en graag belachelijk maakte. 

In plaats daarvoor bracht hij elke kaart in nauw verband met de astrologische constellatie. Maar daar de betekenis die hij ermee verbond niet zelden afwijkt van het tegenwoordig overheersende begrip is ook deze ingang voor interpretatie dikwijls verwarrend voor de leek. Al met al behoort deze vandaag zeer geliefde Tarot daardoor tegelijk tot de minst begrepen.

bron: http://www.jhk1.nl/page/tarotleggen.htm